Sliep je baby al door, maar zit je opeens weer met gebroken nachten?
Of zet hij het plotseling op een krijsen als je hem in zijn bedje legt? Het zou zomaar kunnen dat dit te maken heeft met een nieuwe stap in zijn ontwikkeling. Maar waarom heeft dat zo'n impact op z'n slaapritme? En hoe zorg je dat je baby weer beter gaat slapen?Een baby ontwikkelt zich in zijn eerste levensjaar razendsnel. Een nieuw opgedane vaardigheid – denk aan grijpen, omrollen, tijgeren of kruipen – wordt eerst uitvoerig bestudeerd, vervolgens ontelbare keren nagedaan en dan ineens heeft je baby het onder de knie alsof het nooit anders is geweest. Zo’n periode van oefenen, oefenen en nog meer oefenen wordt ook wel een aanpassingsfase genoemd. Deze fase kost je kind veel energie en kan bovendien spannend zijn, waardoor hij meer behoefte kan hebben aan geborgenheid en geruststelling. Met als gevolg dat hij dichtbij jou wil zijn en het op een huilen zet als je hem in zijn bedje legt of ’s nachts vaker wakker wordt en niet meer wil slapen. Althans niet alleen. Dag net aangeleerd slaapritme!